Zaterdag: de eerste indrukken
Aangekomen op Fiumicino Airport (ook wel bekend als Leonardo Da Vinci Airport). Braaf de instructies in m'n reisgids opgevolgd en niet ingegaan op taxiritjes van louche figuren die je in de aankomsthal staan op te wachten. Bordjes gevolgd naar treinstation en de trein naar Roma Termini gepakt.
Tussen Fiumicino en Rome zeiden we gekscherend dat het landschap een Bertolli-gevoel gaf, alleen de oude vrouwtjes, kinderen en de olijfolie zelf ontbraken in de graslanden. De bebouwing van Rome maakte meteen indruk. Gigantische blokken met flats, maar het zag er allemaal wat armzalig uit. Flats, flats, flats. En niet echt in optimale staat verkerend. Dit is de Roomse Bijlmer, dacht ik.
In een half uur brengt de trein je naar hartje Rome, op een gigantisch en druk treinstation. Daar ondervonden we al dat dingen hier anders aan toegaan dan in Nederland. Als je bij een kiosk staat moet je niet netjes in de rij staan om je beurt af te wachten. Nee, blijkbaar moet je nogal agressief naar voren stappen als je je kans ziet. Ook probeerden we geld te pinnen op verschillende plaatsen. En dat bleek nog niet mee te vallen, veel automaten weigeren dienst. Pas de vijfde of zesde automaat werkte.
Onderweg naar het hotel viel een bepaald tafereel ons op (en waar Rome ook bekend om staat): het verkeer. Heel veel scooters en heel veel auto's met de nodige blikschade. Vergeet verdrijvingsvlakken, stopstrepen, ritsen en voorrang. Als je als voetganger groen hebt, kan het best zijn dat afslaand verkeer dat jouw zebrapad kruist ook groen heeft. Ze zullen wel remmen als je in het midden loopt, maar als het even kan proberen ze wel voor je langs te rijden of vlak achter je rug om.
Bovendien merkten we op dat als je als vorm van boete de claxon afneemt van een Italiaanse auto-eigenaar, dat wellicht gelijk staat aan het amputeren van een arm. Er wordt wat afgetoeterd in de Roomse straten, voor ieder dingetje dat het zo snel mogelijk verplaatsen van A naar B belemmert. Er ontstaan soms hele discussies op een kruispunt die worden uitgevochten met enkel een claxon (en wellicht de nodige handgebaren waar Italianen bekend om staan).
Conclusies: ga nooit met de auto naar Rome (tijdens ons 8-daags verblijf heb ik welgeteld drie auto's gezien met een niet-Italiaans kenteken); en wees een beetje brutaal bij oversteken, anders kom je nergens.
Het hotel, Soggiorno Sunny, ligt niet ver van Termini. Op de eerste dag zijn we over de Piazza Dell'Indipendenza gelopen richting Viale Castro Pretorio. Een paar honderd meter rechtsaf is het hotel. Er is ook een kortere route als je de noordoostuitgang van het station neemt en de straat recht voor je uit in gaat.
Tot onze lichtelijke verrassing bleek het hotel, op de vierde etage, in Chinese handen. Engels is er amper de voertaal. Men verstaat Italiaans en onderling wordt (soms nogal luidruchtig) Chinees gesproken. Gelukkig was op de dag van onze aankomst een beperkt Engels sprekende Italiaan aanwezig die daar een cursus Chinees volgt, en kon fungeren als tolk. Verder is dat geen probleem geweest, je hebt verder niet zo heel veel met het personeel te doen.
De kamer was eenvoudig, maar netjes. Een televisie was ook aanwezig, zodat je je op wat dode momenten kan vergapen aan de nogal aparte televisietaferelen dat Italië te bieden heeft. Wel kwamen we tot de ontdekking dat de stopcontacten net niet het type zijn die in Nederland gangbaar zijn. Gelukkig had het hotel een conversiestuk liggen, dus onze mobiele telefoon en fotocamera zouden in de loop van de week niet doodgaan.
Zondag: rustdag
Lang op bed gelegen, maar aan het einde van de middag toch maar wat gaan doen. Het was erg warm, dus het was een vermoeiende bezigheid. We besloten het gebied ten zuidwesten van Termini eens te verkennen. Op een gegeven moment stuitten we op een imposant uitziend gebouw. Het bleek een kerk te zijn, nader bekeken bleek het de Basilica di Santa Maria Maggiore te zijn. Ik was erg onder de indruk van de bouw, dit overtrof alle kerken die ik tot dusver in Nederland had gezien.
Maandag: het oude Rome
Tijd om het eerste echte uitstapje in Rome te doen. Het plan was om ergens met de bus naar toe te gaan, maar na een poosje rondgeslenterd te hebben bij de Santa Maria Maggiore en de Piazza Della Repubblica kwamen we er achter dat uitgerekend vandaag een staking was van het openbaar vervoer. Kijkend op m'n kaartje zag ik dat het Colosseum niet verschrikkelijk ver weg was en dat het te voet was af te leggen vanaf de Piazza Della Repubblica. Richting de kerk gelopen en rechtsaf de Via Panisperna ingelopen. Toen we na een poosje links in de Via Serpenti keken, zagen we daar in de verte de onmiskenbare vormen van het Colosseum. Het is dus te voet te doen.
Dichterbij gekomen zagen we de immense massa mensen die rondom dit gebouw loopt. We liepen er op af en werden al vrij vlug staande gehouden door iemand die mensen ronselde voor een toer. Toch maar op ingegaan, mede ook door de gigantische rij 'toerloze' mensen bij het Colosseum.
Binnengekomen zag je nog hetgeen wat over was van het Colosseum. Een gigantisch bouwwerk, ik probeerde een voorstelling te maken hoe dit er in de glorieuze tijden uitgezien moest hebben. Duizenden schreeuwende mensen, de keizer en in het midden vechtende gladiatoren.
Na ongeveer was de toer afgelopen en hadden we ongeveer anderhalf uur vrije tijd. Op de bonnefooi een straat vlakbij het Colosseum ingelopen en een restaurantje gepakt. In de middag begon de toer op de Palatijn, een van de zeven heuvels van Rome. Hier is het allemaal begonnen, met Romulus en Remus en alle keizers en andere hoge heren daarna. Ieder van hen heeft zijn sporen wel achter gelaten. Zelfs Benito Mussolini vond zichzelf groots genoeg om daar zijn residentie te plaatsen. Dit is tegenwoordig een museum, dat we overigens niet bezocht hebben.
De heuvel is omgeven door ruïnes van oude kerken, tempels en paleizen. De heuvel zelf bestaat meer uit steen dan uit gewone grond. Met een beetje fantasie is naar boven te halen hoe Rome er in de oude jaren uitgezien moet hebben.
Na het bezoek aan de Palatijn zijn we terug naar het hotel gelopen, een wandeling van zo'n enkele kilometers in de brandende zon. Ik was blij dat we terug waren bij het hotel, mijn voeten hadden het wel even gehad.
Dinsdag: het Vaticaan
Gisteren, op de Palantijn, kregen we van de gids een brochure over rondleidingen die ze elders in Rome doen. Ze verzorgden ook een rondleiding in het Vaticaan. We zorgden dat we om 12:00 uur bij het metrostation Cipro waren, zodat we van daaruit het Vaticaan in konden.
De toer begon in de Vaticaanse musea. In deze musea staat een fractie uitgestald wat alle pausen in het verleden hebben bemachtigd. Veel standbeelden, waaronder de Laocoöngroep, fresco's, muurschilderingen, rijkelijk versierde vertrekken en andere kostbare objecten (paars marmer). We gingen er vrij vlot doorheen, maar je kan er handig een dag kwijt zijn als je de tijd zou nemen om alles goed te bekijken.
Vervolgens kwamen we in de Sixtijnse Kapel. We waren al door de gids ingeleid over de beroemdste fresco's en schilderingen die er te zien zijn (waaronder De Schepping, door Michelangelo). Binnen in de kapel mag je niet praten en ook geen foto's maken. Wij respecteerden die betrekkelijk eenvoudige regels wel, maar er zijn genoeg anderen die de domme toerist gaan uithangen en toch heel nodig met elkaar moeten praten. In de zaal waren drie wachten die ironisch genoeg de meeste lawaai maakten door constant "Ssssht" te roepen en "No pictures!" riepen. De Sixtijnse Kapel zelf was vrij donker en iedere vierkante millimeter was benut om er iets uit te beelden. Toch maakte het niet zoveel indruk omdat we alles van tevoren al gezien en uitgelegd kregen.
Na de Sixtijnse Kapel liepen we richting de Sint-Pietersbasiliek. Voor de ingang hield de toer op. We konden op eigen houtje de kerk en het Sint Pietersplein verkennen.
De kerk maakte bij binnenkomst meteen een overdonderende indruk. Groot. Groter. Grootst. Zoiets had ik nog nooit gezien, alles wat ik tot dusver in Rome had gezien viel in het niet bij zulke afmetingen. Gigantische zuilen, veel (grote) beelden, de Baldakijn van Bernini, zo groot als een flatgebouw. En dan de koepel. Die maakte wel de meeste indruk. De gids vertelde dat het Vrijheidsbeeld er onder zou passen. Zelf probeerde ik er een Eindhovens 'hoogtepunt' bij voor te stellen: hier zou de Regent onder kunnen passen zonder ook maar in de buurt te komen van de top.
Na een poosje rondgeslenterd te hebben in de drukbezochte kerk, besloten we om de koepel te gaan beklimmen. Er wordt een entreeprijs gevraagd, 5 euro voor de trap en 7 euro voor de lift. Je bent Nederlander of niet, dus we namen de trap.
Na een flinke klim kwamen we weer terug in de kerk, alleen enkele meters hoger. De mensen beneden kropen als mieren over de vloer. Ook werd de omvang van de letters bovenin de kerk duidelijk. Deze waren dus echt meer dan twee meter hoog, van beneden uit zou je gokken dat ze maar een krappe meter beslaan. Van bovenaf wordt de omvang van de kerk veel duidelijker.
Maar daarmee was de klim nog niet voltooid. Het was mogelijk om nog hoger te klimmen over smalle trapjes en op het bovenste puntje te genieten van het uitzicht. Want de koepel is het hoogste punt van Rome (het is bij wet vastgelegd dat geen enkel ander gebouw in Rome hoger mag zijn dan de koepel van de Sint-Pietersbasiliek). Het uitzicht was daardoor ook adembenemend. Tienduizenden gebouwen (waaronder heel veel kerken), de Tiber en de tuinen en paleizen van het Vaticaan. En er was mooi overzicht over het Sint-Pietersplein en de heiligen die vanaf de kerk over het plein uitkijken. Een plaatje.
Vier uur later nadat we het Vaticaan hadden betreden liepen we er weer uit. Met een hele ervaring rijker.
Woensdag: het hart van Rome
Nu hadden we de afgelopen dagen de grote dingen gehad, vandaag was het de beurt aan de kleinere bezienswaardigheden in Rome. Met de metro zijn we naar station Barberini gereden. Van daaruit liepen we naar de Trevifontein.
Het was een drukte van jewelste op het plein, vol met toeristen en één agent die met z'n fluitje een poging deed 'ongehoorzame' toeristen te corrigeren. Hij vloog van links van de fontein naar de rechterkant en weer terug, fluitend en roepend. Best amusant.
Na een tijdje de fontein aanschouwd te hebben, liepen we door richting het Pantheon. Een gebouw van bijna 2000 jaar oud en men denkt dat het als tempel fungeerde. Maar aan wie of wat die tempel precies gewijd was is nu nog steeds niet helemaal zeker. Tegenwoordig is het een kerk, en het ziet er van binnen minder oud uit dan van buiten. Het frappantste was wel het gat in de koepel, ik snap niet wie er op het idee komt om zoiets te maken. Het regent binnen en vogels komen dan wel eens per ongeluk binnenvliegen. Het zag er op z'n minst apart uit. Helaas maakte de kerk verder niet zoveel indruk, omdat we de dag daarvoor de meest imposante kerk op aarde al bewonderd hadden.
En toen weer een eindje in de westelijke richting gelopen, waarbij we op het Navonaplein uitkwamen. Een groot plein met enkele grote fonteinen en een grote kerk. We zijn toen een steegje ingelopen en op een terrasje neergestreken op Via della Pace. Met aan het eind van het straatje nog een kerk, de Santa Maria della Pace.
Daarna zijn we richting de Tiber geslenterd, naar de brug Ponte Umberto. Tussen deze brug en de Ponte Sant'Angelo (Engelenbrug) waren nog enkele mooie foto's te maken van gebouwen. En verhip, niet zo heel ver van ons vandaan was het Vaticaan weer. We zijn toen weer de stad ingelopen en na een poosje wandelen neergestreken op Piazza Farnese. Het plein waar we eigenlijk naar op zoek waren, Campo de' Fiori, was niet ver weg meer. Maar toen we van het Farneseplein gingen lopen konden we het nergens vinden. We kwamen op Corso Vittorio Emanuelle II uit, met andere woorden, we hadden wel over het plein gelopen maar niet als iets indrukwekkends beschouwd.
Metrotechnisch zaten we een beetje lastig in dit stadsdeel. We kozen ervoor om richting het meer bekende stuk te lopen: het Vaticaan, en daar naar het dichtstbijzijnde metrostation te lopen. En zo kwamen we in twee dagen tijd voor de tweede keer weer bij het Vaticaan uit. Maar nu niet langer dan vijf minuten. We waren best moe en wilden snel terug naar het hotel. Een half uur later was dat verwezenlijkt.
Donderdag: Circus Maximus
Vandaag gingen we voor de eerste keer met lijn B van het Roomse metronet. Het verschil leek wel degelijk aanwezig ten opzichte van metrolijn A. Het was iets minder toeristisch en daardoor was B ook wat donkerder en meer 'urban'. De treinen zaten helemaal onder de graffiti, dat was wel het meest tekenende voorbeeld. We zijn met lijn B richting Circo Massimo gegaan, ofwel Circus Maximus.
Circus Maximus was vroeger de grootste arena ter wereld, dat maar liefst 300000 mensen kon huisvesten voor het nodige vermaak. Nu is er bar weinig van over, slechts een gigantische zanderige kuil met wat gras. Tegenwoordig wordt het nog steeds gebruikt om te sporten, Italianen die een rondje rennen bij +30 graden. Onbegrijpelijk.
We zijn ook naar de Thermen van Caracalla geweest. Dit was ooit een Romeins badcomplex. Nu is het slechts een ruïne, maar de omvang van wat er nog rechtop staat verraadt wel wat voor gigantisch complex dit in de hoogtijdagen geweest moest zijn. Bovendien was er ook een tuin aanwezig, met bankjes in de schaduw. Daar hadden we ook wel even van genoten.
Verder nog wat kilometertjes in de zon gewandeld, dat was vermoeiend genoeg om ons weer aan het einde van de middag naar het airco-gekoeld hotel te verlangen.
Vrijdag: Tivoli
Vandaag is het tijd om de drukte van Rome te ontvluchten. We hadden treinkaartjes gekocht naar Tivoli, een plaats dat zo'n 40 km. ten oosten van Rome ligt. Deze treinkaartjes zijn spotgoedkoop, voor een paar euro heb je een retourtje. We vertrokken vanuit Rome Tiburtina, een treinstation dat op metrolijn B ligt en dus goed te bereiken is vanaf Viale Castro Pretorio.
Het laatste stuk van de treinreis, dat in totaal ongeveer een uur duurde, was erg Railaway-achtig. Je weet wel, dat rustgevende EO-programma met treintjes, landschappen, bruggen en tunnels.
Eenmaal aangekomen even een terrasje gepikt en richting Villa d'Este gelopen.
Villa d'Este is een villa die uit de Renaissance stamt, liggend aan de stadsrand. Aan deze stadsrand is overigens een goed uitzicht in de wijde omgeving van Tivoli. De villa zelf vond ik niet echt bijzonder. Er hingen wat schilderijen en er waren wat muurschilderingen, maar allemaal door wat minder talentvolle kunstenaars. Waar het bij Villa d'Este om draait, dat is de gigantische tuin die erbij hoort. Wanneer je in eerste instantie vanuit de hooggelegen villa uitkijkt over de tuin, lijkt het niet zo groot. Totdat je andere mensen over de paden ziet lopen. De tuin is dan opeens gigantisch te noemen. Wanneer je zelf met de trappen de tuin betreedt, komt er een weelde aan fonteinen en beelden op je af. Heel indrukwekkend en een nogal fotogenieke tuin.
Nadat we Villa d'Este verlaten hadden gingen we op zoek naar Villa Gregoriana. "Slechts 300 meter van Villa d'Este," zei de reisgids. Volgens mij hebben we wel drie kilometer gewandeld tijdens onze zoektocht naar de ingang. We waren dan ook blij dat we uiteindelijk de ingang hadden gevonden. En dat het park (waarvan de toegang slechts 4 euro was) rijk was aan bankjes en schaduw. Villa Gregoriana is een park rondom een dal dat is uitgesleten door de rivier Aniene. Ook dit park is zeker de moeite waard om te bezoeken. Het biedt uitzicht op twee verschillende watervallen, rotspartijen en grotten. Wederom weer erg fotogeniek. Het dal is volgens de reisgids 60 meter diep, maar als je helemaal onderaan staat lijkt het toch eerder tussen de 150 en 200 meter te zijn. Hier zijn wel de mooiste punten van het park te vinden. Daarna moet die hoogte toch weer beklommen worden om bij de uitgang te komen, in de brandende hitte. Gelukkig is er een terrasje bij de uitgang om daar een groot glas ijskoude cola te bestellen.
De folder van het park claimt dat men er 1,5 uur over doet om het park te bewandelen. Maar als je de tijd neemt (wat eigenlijk zou moeten) ben je er toch ruim twee uur mee bezig).
Een geslaagde dag dus. Ik raad iedereen die naar Rome gaat aan om ook naar Tivoli te gaan. Je bent amper iets kwijt aan reiskosten en de entrees van de parken zijn ook schappelijk.
Zaterdag: Frascati
Vandaag was nog een dagje gepland buiten Rome: naar Frascati. Daar zou volgens de reisgids uitzicht zijn over Rome en er waren nog enkele (tuinen van) villa's te bezichtigen. Voor wederom een belachelijk laag bedrag hadden we een retourtje te pakken naar Frascati, vanaf Rome Termini.
Het uitzicht over Rome was al snel gevonden. Wanneer je eenmaal de trappen bij het treinstationnetje had beklommen zag je een grote bebouwde vlek op het landschap. Het was niet zo duidelijk en helder als het uitzicht vanaf de Sint-Pietersbasiliek.
Vervolgens probeerden we de ingang van Villa Aldobrandini te vinden. Maar we zijn er na een poosje zoeken niet in geslaagd. Op een gegeven moment hebben we de hoop opgegeven en hebben op een bankje op een boulevard zitten afwachten tot de trein kwam die ons weer terug naar Rome zou brengen. Er rijden namelijk niet zo heel veel treinen tussen Frascati en Rome.
Een beetje jammer vandaag. Frascati zelf heeft niet zo heel veel te bieden, en veel gebouwen zijn volgekalkt met graffiti. Het zag er allemaal een beetje armzalig uit, behalve het grote plein in het centrum.
Zondag: terug naar Nederland
Het is alweer over, vandaag weer terug naar het suffe en koudere Nederland. We hoefden gelukkig niet heel erg vroeg het hotel uit, en het vliegtuig zou pas laat in de middag vertrekken, dus we konden heel rustig aan doen.
Buitengekomen bleek het zowaar een beetje te regenen. Druppelsgewijs, dat wel. En het was nog benauwder dan we afgelopen week hadden meegemaakt. Het wandeltochtje richting Termini was dan ook allesbehalve verfrissend.
De trein bracht ons weer terug waar we onze Italiaanse reis begonnen waren: Fiumicino Airport. Onderweg probeerde ik weer de Roomse Bijlmer, zoals ik die vorige week zaterdag noemde, te herkennen. Maar we waren Rome al uit voordat ik het zag. Er is dus iets gebeurd: ik ben dat soort bebouwing in de loop van de week doodnormaal gaan vinden. Wat volgde waren weer de Bertolli-landschappen en daarna Fiumicino Airport.
De indruk van Alitalia is dat het een beetje chaotisch er aan toe gaat. Aangekomen bij de gates werd er constant omgeroepen dat vliegtuigen bij een andere gate aangemeerd hadden dan aanvankelijk was aangegeven. Dat zorgde voor de nodige volksverhuizingen bij mensen die in de rij stonden om te 'boarden'. Het was maar goed dat ik me bewust was van al die wijzigingen, want we moesten ook verhuizen naar de andere kant van de vleugel van het vliegveld om in het goede vliegtuig te komen. Wees dus op je hoede.
De terugreis verliep verder zonder problemen, en om acht uur 's avonds was ik weer in het frissere en overregelde Nederland. Alle impressies van afgelopen week begonnen vanaf dat moment in een noodgang te vervagen, totdat Rome weer iets mythisch wordt zoals ik er al die jaren voorheen ook tegenaan gekeken heb. Maar gelukkig hebben we de foto's nog.