Ergens in de zomer van 2005 werd mij de film The Gods Must Be Crazy aangeraden. En nu, ruim 2 jaar later, heb ik hem dan eindelijk gekeken. Het eerste deel althans.
Het gaat over een primitieve stam in het zuiden van Afrika die dik tevreden zijn met wat ze hebben. Ze jagen hun eten bij elkaar en verzamelen het schaarse water dat de natuur ter beschikking stelt.
Op een dag gooit een piloot een leeg colaflesje uit z'n vliegtuig, en dat vreemde glazen object valt nabij de primitieve stam. Het wordt gevonden, en beschouwd als een gift van de goden. Maar het flesje veroorzaakt hebberigheid onder de stamleden, iedereen vindt de eigenschappen van dat materiaal, glas, handig voor alledaagse klusjes.
Eén stamlid, Xi, is het zat en neemt de fles mee om het van de aarde af te werpen. En onderweg komt hij in aanraking met Westerse fenomenen die niet te beschrijven zijn in termen van zijn kennis.
Er zit nog veel meer in het verhaal, maar dit is wel het belangrijkste wat ik er over zeggen wil.
Het was wel een grappige film, waarin het Westerse leven een beetje op de hak werd genomen (wanneer het apparaat "maandag" zegt en ook "8:00" betekent het dat je bezig moet zijn). Ook zaten er een aantal andere dingen in die me aan het lachen maakte. Ook het versnelde filmen (zoals ik vroeger wel zag bij Benny Hill) gaf een grappig effect aan het geheel.
Nu moet ik nog het tweede deel een keer gaan bekijken.